Venepoort

Een van de zeven hoofdpoorten van Kampen, gelegen in de Bovenhoek aan het einde van de Venestraat (Graafschap), was de Venepoort, een zwaar versterkte poort bestaande uit een binnen- en buitenpoort. Deze poort werd opgericht in de vijftiende eeuw maar werd afgebroken in 1843. Qua uiterlijk vertoonde de Venepoort sterke gelijkenissen met de Koornmarktspoort, maar aan de buitenzijde was deze voorzien van een halfrond voorwerk dat plaats bood aan geschut. De poort werd gebouwd in de vijftiende eeuw.
Het exacte uiterlijk van het vijftiende-eeuwse voorwerk van de Venepoort, gesloopt aan het begin van de zeventiende eeuw, is alleen bekend dankzij een prent van Paulus Utenwael uit 1598.

Vanwege de voortdurende verbetering van geschut gedurende de vijftiende en zestiende eeuw, wat een steeds grotere bedreiging vormde voor stadsmuren en torens, vond de eerste modernisering plaats in 1543. Dit gebeurde toen de stad werd bedreigd door de Gelderse veldheer Marten van Rossum.

Voor de Venepoort aan de zuidzijde van de stad werd buiten de al bestaande stadsgracht een tweede gracht gegraven. Tussen beide grachten kwam een aarden wal, en voor de poort werd een hoog bolwerk opgeworpen ter verdediging met zwaar geschut.

Plattegrond van de Venepoort met bolwerken gelegen aan de Bovenhaven (collectie Stadsarchief Kampen)

Een tekening van de Venepoort met hoofd- en voorpoort met bolwerk door Pieter Remmers (collectie SNS Historisch Centrum)

Een tekening van de Venepoort met hoofd- en voorpoort met bolwerk 1805 (collectie Stadsarchief Kampen)

Tevens werden aan de smalle zuidzijde van Kampen, aan de binnenzijde van de stadsmuren, aarden wallen opgeworpen. Hierdoor ontstond meer ruimte voor het plaatsen van zwaar geschut, dat door de hogere positie ook een grotere reikwijdte kreeg. Bovendien maakten de wallen het moeilijker voor vijandelijke troepen om de muren te beschadigen. Op de plattegrond van Paulus Utenwael uit 1598 zijn deze aarden wallen ter weerszijden van de Venepoort duidelijk herkenbaar.

Na de definitieve toetreding van Kampen tot de Staatsen in 1580, ondergingen de vestingwerken van de stad aanzienlijke aanpassingen en verbeteringen. Deze modernisaties werden uitgevoerd volgens de nieuwste ontwerpen, die waren ontwikkeld naar Italiaanse voorbeelden en aangepast aan de Nederlandse omstandigheden. In het begin van de jaren tachtig werd er voor de Venepoort een bolwerk opgericht, naar het ontwerp van de bekende Alkmaarse burgemeester Adriaen Anthonisz. Dankzij deze vooruitgeschoven post kon de vijand niet alleen beter worden beschoten vanaf de met stenen muren verstevigde aarden wallen, maar ook op afstand worden gehouden van de stadsmuren.

De Venepoort, met zijn dubbele stadsentree, was de toegang vanuit Elburg, de Veluwe en het westen om de stad binnen te komen. De binnenpoort, die de Graafschap aan de zuidzijde afsloot, is in het begin van de 19e eeuw afgebroken en vervangen door een op de klassieke architectuur geba­seerde boog met pilasters, kolommen en architraven. De sierlijke buitenpoort stond dwars over de IJsseldijk, ongeveer ter hoogte van de huidige Villa Mary.

In de zomer van 1839 sneuvelde als eerste de neo­classicistische boog aan het einde van de Graafschap onder de slopershamer, de buitenpoort wist haar bestaan nog even te rek­ken. Pas op 11 april 1844 meldde de Kamper Courant dat men begonnen was met het verwijderen van het gebouw en het herinrichten van de omgeving: “Wie die poort in lang niet is uitgegaan zal den hobbeligen kei­weg tot aan het tolhek door een gemakkelijken grind­weg vervangen zien. In ’t algemeen zijn de veranderin­gen aldaar, door ’t slechten van oud muurwerk, het omhakken van honderden van afgeleefde boomen en den aanleg van nieuwe beplantingen met slingerpaden, een verblijdend verschijnsel, vooral als men bedenkt dat deze en andere stadswerken gedurende de wintermaan­den nagenoeg 350 arbeiders brood verschaften. Gelijk voor tien en meer jaren de west- en noordwestelijke zijde der stad, zoo wordt nu aan de zuidelijke het ter­rein herschapen, de oude bolwerken in smaakvolle par­ken veranderd, zoo dat Kampen aan den landkant eerlang met eene aaneenschakeling van bloeijende tuinen zal omgeven zijn.”

Regelmatig werd aangedrongen op verbetering van deze belangrijke stadsentree, zeker nadat door de aanleg van de Kamperstraatweg het verkeer uit de rich­ting Gelderland in de loop van de jaren 1830-1840 aanmer­kelijk toenam, omdat de poorten niet in eikaars verlengde lagen, moesten de voerlieden op dit punt enkele lastige en nauwe bochten nemen, tevens hield het verbeteren van de stadstoegang bij de Venepoort mede verband met de vestiging in 1842 van een werf voor het bouwen en repareren van stoom­boten en een kolenstortplaats van de RIJSM bij de Bovenhaven.

De Venepoort te Kampen, 27 juni 1763 door J. Swertner (collectie Stadsarchief Kampen)

De Buitenveenpoort voorzien van een valhek/hamei (collectie SNS Historisch Centrum)

Tekening van de Buitenvenepoort door Jan Jacob Fels.(collectie SNS Historisch Centrum)

Een reproductie van een tekening van de Venepoort in 1835 waarbij de hoofdpoort is afgebroken en vervangen door een neo­classicistische boog.

Tekening van de Venepoort waarbij de hoofdpoort is afgebroken en vervangen door een neo­classicistische boog.(collectie SNS Historisch Centrum)

De buiten- of voorpoort van de Venepoort getekend door Jan Jacob Fels (collectie SNS Historisch Centrum)